Finish

 
De atleet stond op het veld
en rekte zijn oude benen
toen de dood langskwam en wenkte:
Dag jongen, loop je even mee?
 
Een korte steek in de zij,
dat was alles. Hij bukte zich
om zijn veters aan te trekken,
maar de schoenen waren al leeg en
hij rende de lucht in.
 
Gewichtloos en zonder
ooit buiten adem te raken
zwom hij door een sterrenzee,
fietste de melkweg rond
en liep ten slotte
in de witte tunnel van de zon,
als vuur door wind gedragen.
 
En bij de finish waren vele gezichten
die hem aankeken met zachte ogen,
en die zich verheugden,
want hij was er.
 
 
Alexis de Roode (1970)
 
uit: Geef mij een wonder (2005)
uitgever: Podium


Thematisch sluit dit gedicht goed aan op de gedichten De tuinman en de dood en De wekker zetten, al is het veel optimistischer van toon. Niemand weet wanneer de dood hem komt halen, laat staan hoe. Dit sprookjesachtige gedicht geeft een romantische voorstelling van de dood. De held sterft ‘in het harnas’, pijnloos, als een thuiskomst. Daar gaat een sterke troost van uit.

De nog jonge schrijver van dit gedicht zinspeelt in de derde strofe op een triatlon. Het gedicht kent ook een haast Holstiaanse apotheose met een welkom van gezichten met ‘zachte ogen’ aan gene zijde.

Reacties gesloten.