De polder van Eemnes

Vandaag ben ik op pad gegaan,
ik wist niet waarom.
Ik ben op pad gegaan.

Als een zee zo wijd
de polder. Zwanen nestelen
waar het water kolkte.
Koeien springen bevrijd
langs een vastgelopen tractor.
Mensen met hun handen in de aarde
en ik, ik ga voorbij.

Schilders zoeken het juiste perspectief
in de luwte van een boom,
het landschap in kleur gevangen.
Maar mijn voetstappen mengen
met fluittonen in de wind.

“De muur van ons huis…
weggespoeld… de laatste overstroming…”
Uit het niets vertelt een jongetje zijn verhaal
als was het gisteren, of vorig jaar.

De tijd tekent het land.
Ik volg de lijnen
en ga voorbij.


Vanwege het bijzondere project van fotograaf Nico Bierlaagh moest ik weer aan dit gedicht denken. Ik schreef het dertig jaar geleden, toen ik nog slechts heel af en toe een gedicht schreef. Veel wandelpoëzie, Zwitserland, Noorwegen maar ook een Hollandse polder.

Het gedicht speelt zich af rond de zomerdijk in de polder van Eemnes. Er was toen een jongetje van een jaar of tien, dat mij spontaan vertelde dat je aan de lijn op een boerderij kon zien, hoe hoog het water tijdens ‘de laatste overstroming’ was gekomen. Hoe komt zo’n jochie daarbij? Hoe lang is dat wel niet geleden?

Waarschijnlijk doelde hij op de grote overstroming van 1916. Zijn vader had die niet eens meegemaakt, zijn grootvader waarschijnlijk ook niet. Maar het was een verhaal, dat blijkbaar van generatie op generatie werd doorverteld. Die januaridagen dat de noordenwind het water in de Zuiderzee opzwiepte tot ongekende hoogtes. ‘Dankzij’ deze overstroming gaf het kabinet eindelijk groen licht voor de afsluiting en gedeeltelijke inpoldering van de Zuiderzee, iets waar minister Lely al jaren op had aangedrongen. Het verhaal van de overstroming is nog steeds indrukwekkend. Ik neem hieronder de tekst over van mijnzuiderzee.nl, waarbij ik met cijfers verwijzingen geef naar onderstaande kaart. (Bij het oorspronkelijke bericht op mijnzuiderzee.nl staan ook een viertal historische foto’s)

kaart ontleend aan www.atlas1868.nl

Overstroming 1916 – De Dijk Bezwijkt

In Eemnes bezwijkt de Wakkerendijk op twee plaatsen.
Harm Boerma – 7 november 2015

In de eerste helft van januari 1916 is het stormachtig weer, de dagen voorafgaand aan de ramp continue windkracht 8 tot 9. Door de hoge waterstand staat de Maatpolder (1) en bekaaide Uiterdijken (1), het gebied tussen de Eem en de zomerdijk, al onder water. In de vooravond van 13 januari verslechtert de situatie in rap tempo. Eerst seint de molenaar bij de Eemnesser sluis (2) nog met een wit licht dat het water de kruin van de zomerdijk heeft bereikt. Even later is zijn rode licht voor de inwoners van het een paar kilometer verderop gelegen Eemnes het signaal dat het water inmiddels over de dijk stroomt en de polders in loopt.

De bewoners achter de dijk hebben inmiddels maatregelen genomen. “De geweldige wind van Donderdagmorgen, die in den namiddag in een storm ontaardde en in den avond nog in kracht toenam, deed velen, achter den dijk wonende, alle krachten inspannen om niet door een vloed verrast te worden. Alles, wat door ‘t water kon wegdrijven, werd vastgemaakt en vele zaken naar een hooger gedeelte van ‘t huis overgebracht. Die voorzorgsmaatregelen waren niet te vergeefs genomen, want in den vooravond stroomde het zeewater met zulk een geweld den binnenpolder in, dat de hoogstgelegen huizen achter den Wakkeren dijk overstroomden. Kamers, die zo hoog gebouwd waren, dat men ze beveiligd achtte voor overstrooming, werden nu onder water gezet tot zeer groote schade van de eigenaars”, schrijft de Gooi- en Eemlander op 15 januari.

Het water stroomt op verschillende plaatsen over de Wakkerendijk/Meentweg. Veel mennegaten* laten water door, maar dat is niet zo verontrustend. Een kapotte heul** in de binnendijk kan men nog gemakkelijk herstellen en een doorbraak bij een mennegat aan de Wakkerendijk (nu: bij Meentweg 107) (3) kan snel worden gedicht door er een boerenwagen dwars in te rijden.

Doorslaggevend voor Eemnes is dat het brede mennegat aan het eind van de Wakkerendijk (nu: Meentweg) onder de druk van het water bezwijkt. De stenen muren en een gedeelte van de dijk worden over een lengte van 35 meter weggeslagen. Het water stroomt met geweld door de opening en zet de hele Noordpolder te Veen (4) onder water. Dat is in geen tweehonderd jaar voorgekomen. Vervolgens breekt de Vetdijk door en lopen ook de aan Eemnes grenzende Huizer Maatlanden vol.

De Eemnessers die zijn toegesneld om het grote gat aan het eind van de Wakkerendijk/Meentweg te dichten, kunnen in het donker weinig uitrichten. Op verzoek van burgemeester Rutgers van Rozenburg arriveren in de vroege morgen militairen die gelegerd zijn in Laren (De Tijd heeft het over 300! man). Zij beginnen met het kappen van bomen om daarmee het gat te sluiten. Zakken zand helpen weinig en worden soms door het water meegevoerd. Als de toestand van minuut tot minuut verder verslechtert, vordert de burgemeester het schip van turfschipper Hendrik Kuiper om dat in het gat te laten zinken om zo het water tegen te houden.

Zover komt het niet. Door doorbraken aan de andere kant van de Eem begint het water bij Eemnes te zakken, waardoor het schip van Kuiper niet meer over de zomerdijk kan varen en zijn doel – het gat in de dijk – niet kan bereiken. Een paar dagen later, op 17 januari, laat De Tijd weten dat ‘dank zij het ijverig werken der burgers en militairen’ het gat in de dijk zo goed als gedicht is.

Om te verhinderen dat het water vanuit de Noordpolder te Veen de Zuidpolder te Veen (5) binnenstroomt, wordt langs de Rijksstraatweg naar Laren, van de hoek met de Wakkerendijk tot aan de sparrenbomen, een nooddijk aangelegd. “Er werd zeker door vijftig voerlui grond van ‘t bouwland gehaald om dien aan den noordkant van den weg tot een dijk op te werken, terwijl een massa volk bezig was om graszoden van den berm af te stekken en die tot bedekking te bezigen“, aldus de Gooi- en Eemlander. Ook hier worden militairen uit Laren ingezet.

____

*Een mennegat is een doorgang in de dijk, van de weg naar de polder. Van het voorjaar tot de herfst konden de boeren door de doorgangen hun hooi- en weiland in de polder bereiken. Van 15 oktober tot in het voorjaar waren de mennegaten afgesloten met twee rijen planken. De ruimte er tussen was opgevuld met aangestampte mest.

**Een heul of duiker is een kokervormige constructie onder een weg of in een dijk die wateren met elkaar verbindt.

Bronnen: Margriet Mijnssen-Dutilh, Een vallei vol water. Waterschapskroniek Vallei en Eem 1616-2011, SPOU/Waterschap Vallei en Eem, 2011.; H.P. Moelker, De Zuidkust van de Zuiderzee geteisterd door de stormvloed januari 1916, Alphen aan den Rijn, 1986; De Gooi en Eemlander 15 januari 2016; De Tijd, 17 januari 2016; foto: Historische Kring Eemnes.

Reacties gesloten.