Bij gaslicht

 
Je was vannacht de Ceintuurbaan weer vergeten
aan te steken. ‘De mooiste straat geen licht,’
zei je. Het was heel lang geleden echt,
maar nu in een droom gebeurd: jij met een maat
lantaarnopsteker dralend in de Amstelstraat,
daar speelde bij Flora een damesorkest.
‘Dat had je toen, jongen.’ Jongen was ik. Jij bezoek,
een oudoom, al haast honderd maar in leven:
een hele eeuw uit mijn geschiedenisboek
had in de kamer plotseling stem gekregen.
 
Ik wilde wel diep achter je ogen zien:
was daar een schim nog van de wreed verbannen
keizer op zijn eiland? Onze zo fier gelande
nieuwe koning op zijn troon? Daverend,
zei je, was de stad van stoom, machines
bij tientallen trokken haar een toekomst in
waar modern leven voor ons aan zou vangen.
‘Overal reuring, jongen.’ Sissende treinen,
stoomschepen en heiwerken. Hele wijken
aangelegd voor de werkman, en het Rij- en
Wandelpark voor zondags wandelen.
 
En meneer Gorter was de kameraad
die voor de nieuwe mens Mei had geschreven,
maar ook een heer die Engels cricket speelde
op de Museumterreinen. Toen je dat vertelde
hoorde ik zijn bat één zingende tik slaan,
zag hoe de bal in een volmaakte boog wegzeilde
maar roerloos wachtend boven het gras bleef hangen.
Vallen kon hij pas als jij dood zou gaan.
 
 
Willem van Toorn (1935)
 
uit: De hofreis (2009)
uitgever: Querido


‘Een hele eeuw uit mijn geschiedenisboek had in de kamer plotseling stem gekregen.’ Oude mensen verschillen van jongeren niet alleen door hun leeftijd, maar ook doordat zij in een andere tijd geboren zijn. Het lijkt soms wel of ze van een andere planeet komen. Een planeet zonder tv, internet, mobiele telefoon en popmuziek. Maar zij waren ook jong, reken maar. En natuurlijk spraken hún ouders schande van de ‘bandeloze jeugd van tegenwoordig’.

Om ouderen goed te kunnen begrijpen is het daarom belangrijk om enig zicht te hebben op de sociale geschiedenis en de tijd waarin zij opgroeiden. Dit geldt helemaal voor de vaak jonge werkers in de ouderenzorg. Gelukkig is er de laatste tijd steeds meer aandacht voor de biografie en de persoonlijke levensloop, naast kennis over de medische en psychologische aspecten van de verzorging.

‘Bij gaslicht’ roept op beeldende wijze een vervlogen wereld op, die voor veel mensen van deze tijd onvoorstelbaar is. ‘Dat had je toen, jongen.’ schrijft de dichter met een knipoog, immers zelf al lang geen jongen meer.

Reacties zijn gesloten.