Oud worden

 

Waar ik bang voor ben
is niet
de tijd dat ik kwijlen ga
mijn benen al bij bewegen
breken, dat ik gezichten even
snel verwissel als de dagen
 
en mijn stoel een schuilplaats
is tegen de boze wereld buiten.
 
Het is niet voor de tijd
dat mijn vrienden alleen
op oude foto’s lachen
de telefoon steeds rinkelt
voor rouw en berichten
over gladde natte straten
en afbrokkelende botten
 
het is voor de tijd
dat niemand meer
mijn voornaam weet
waar ik bang voor ben.
 
 

Leo Stilma
 
Uit: Steenslag (1998)
Uitgever: Callenbach


Iemand bij zijn voornaam aanspreken betekent: iemand kennen, bij iemand betrokken zijn. Zeker vóór het jij-tijdperk van de jaren zestig. Voor veel ouderen heeft het gebruik van de voornaam iets bijzonders, iets intiems. Zelf spraken zij hun ouders nog met ‘U’ aan.

Via iets simpels als het gebruik van de voornaam schetst Stilma in dit gedicht zijn angst voor de tragedie die veel ouderen treft: het wegvallen van intimiteit. Niet meer gekend te worden, niet meer aangeraakt te worden door de ander.

Reacties gesloten.