ouder worden in de poëzie - dichters over de ouderdom - werk van oudere dichters
 
 

volgende gedicht

ouder worden in de poëzie - start

home

 
 
OUD WORDEN
 
Waar ik bang voor ben
is niet
de tijd dat ik kwijlen ga
mijn benen al bij bewegen
breken, dat ik gezichten even
snel verwissel als de dagen
 
en mijn stoel een schuilplaats
is tegen de boze wereld buiten.
 
Het is niet voor de tijd
dat mijn vrienden alleen
op oude foto’s lachen
de telefoon steeds rinkelt
voor rouw en berichten
over gladde natte straten
en afbrokkelende botten
 
het is voor de tijd
dat niemand meer
mijn voornaam weet
 
waar ik bang voor ben.
 
 

 

 

Leo Stilma

uit: ‘Steenslag’
Callenbach 1998.

tevens opgenomen in:

‘Ouder. De mooiste gedichten over ouder zijn’
Uitgeverij 521, 2002.

commentaar

 
Iemand bij zijn voornaam aanspreken betekent: iemand kennen, bij iemand betrokken zijn. Zeker vóór het jij-tijdperk van de jaren zestig. Voor veel ouderen heeft het gebruik van de voornaam iets bijzonders, iets intiems. Zelf spraken zij hun ouders nog met 'U' aan.
Via iets simpels als het gebruik van de voornaam schetst Stilma in dit gedicht zijn angst voor de tragedie die veel ouderen treft: het wegvallen van intimiteit. Niet meer gekend te worden, niet meer aangeraakt te worden door de ander.